Slow Food wenst zeggenschap in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid in Europa

 

De aanbevelingen van Slow Food zijn gebaseerd op een enquête die de deelname van 10.000 kleine boeren en producenten in Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Roemenië, Spanje en Zweden zag 

Slow Food wenst zeggenschap in het proces dat zal leiden tot het uiteindelijke voorstel voor het Gemeenschappelijk landbouwbeleid in Europa: vandaag heeft de organisatie haar concrete aanbevelingen gelanceerd tijdens de conferentie “Toward a Common Food Policy: Slow Food’s Commitment to Advocating for Agroecological Farmers and Food Artisans” binnen het kader van Terra Madre Nordic, het evenement dat dit weekend georganiseerd is in Kopenhagen (Denemarken), met de deelname van 200 kleine producenten en boeren uit Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, Groenland, IJsland, de Faeröer-eilanden, Åland, en Sápmi.

De aanbevelingen zijn gebaseerd op het resultaat van de enquête die Slow Food tussen 24 Juli 2017 en 21 November 2017 heeft gehouden en waarin 10.000 kleine boeren en producenten zijn ondervraagd om te begrijpen welke beleidsmaatregelen hun werk het meeste ondersteunen of belemmeren.

Vanaf vandaag zal Slow Food belangrijke bewustmakingsactiviteiten organiseren en de nationale netwerken betrekken bij een reeks Europese evenementen die zullen uitmonden in de publicatie van het volledige wetsvoorstel van de Europese Commissie inzake het GLB, naar verwachting op 29 Mei 2018.

De bijdrage van Slow Food aan het debat over de toekomst van voedselvoorziening en landbouw is gericht op verschillende aspecten van de agro-ecologische landbouwsystemen en kan worden samengevat in 10 eindaanbevelingen.

  • Bureaucratische rompslomp: de meeste producenten vragen om minder administratieve rompslomp, niet zo zeer minder regels en controles, maar  evenrediger aan de omvang en de realiteit van hun Ondervraagden uit alle landen onderstrepen het gebrek aan expertise bij overheidsinstellingen die zich met landbouwaangelegenheden bezig houden, evenals bij de professionele instanties door middel waarvan ze hun aanvragen voor financieringen indienen.
  • Innovatie & onderzoek, training en technische ondersteuning zouden de voedselsoevereiniteit en de plaatselijke knowhow moeten eerbiedigen en het potentieel van producenten moeten koesteren, in plaats van ze afhankelijk te maken van de externe input die gecontroleerd wordt door enkele multinationals.
  • Ondersteuning van jongeren: jonge mensen moeten gestimuleerd worden om in deze sector te investeren, met een fatsoenlijk inkomen dat ze voldoende zekerheid geeft voor het plannen van hun toekomst.
  • Ondersteuning van marginale gebieden: er moeten plannen voor een efficiënt herstel van de infrastructuur en voor de ontwikkeling van het platteland en de achtergestelde gebieden tot stand worden gebracht, naast doeltreffende strategieën om de plattelandsvlucht tegen te gaan.
  • Publieke middelen dienen voor openbaar belang: alleen gediversifieerde agro-ecologische landbouwsystemen moeten financiële steun ontvangen.
  • Herziening van kwaliteitsregelingen en hygiënevoorschriften: de herziening van de definitie van kwaliteit, die rigoureuze criteria van duurzaamheid moet omvatten; de introductie van specifieke training van inspecteurs inzake de traditionele productie van ambachtelijk voedsel.
  • Duurzamere en eerlijke voedselvoorzieningsketens, om het uitbuiten van arbeidskrachten te bestrijden en om alle producenten een eerlijke onderhandelingspositie te geven. En ook het vergroten van de bewustwording onder de consument, door middel van educatieve activiteiten.
  • Eerlijk landbeheer: er moeten nieuwe mechanismen ontwikkeld worden om de beschikbaarheid van grond en juridische bescherming voor de landbouwers te garanderen.
  • Coherentie en consistentie van het beleid: het gebrek aan integratie en samenhang tussen het GLB en de andere voedselgerelateerde beleidslijnen moet efficiënter worden aangepakt.
  • Duidelijke doelstellingen: het leveringsmodel moet een democratische toegang tot ondersteunende maatregelen garanderen, voor kleine agro-ecologische landbouwers en jonge generaties, die betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van de impactindicatoren.

Tenslotte moet het onderwerp gewijzigd worden van voedselveiligheid naar voedselzekerheid. Het doel is niet langer het voeden van de wereld, aangezien tegenwoordig 1/3 van het wereldwijd geproduceerde voedsel verloren raakt of verspild wordt. De nieuwe uitdaging is het garanderen van een eerlijke toegang tot bronnen (land, zaden, water) en een eerlijke toegang tot voedsel.

Achtergrond:

In 2017 heeft de Europese Commissie een consultatieprocedure gestart over de toekomst van het GLB, om een beter inzicht te verkrijgen over waar het huidige beleid vereenvoudigd en gemoderniseerd kan worden. Slow Food heeft deze consultatie toegejuicht als instrument voor dialoog, maar betreurde het feit dat de vragenlijst niet objectief was, met veel vragen waarvoor een afweging tussen essentiële elementen nodig was. Slow Food heeft om deze reden besloten om aan Kantar Public opdracht te geven voor een eigen online-enquête onder de kleine landbouwers en ambachtelijke voedselproducenten van het eigen netwerk en de netwerken van de partnerorganisaties. De doelgroep bestond uit meer dan 10.000 landbouwers en ambachtelijke voedselproducenten, leden van Slow Food en van de netwerken van de partnerorganisaties*.

Sinds 2012 doet Slow Food beroep op de Europese Unie om over te schakelen van een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid naar een Gemeenschappelijk Voedselbeleid, om de afzonderlijke beleidsvormingsprocessen van invloed op de voedselsystemen te integreren, met als doel de verwezenlijking van de doelstelling voor het leveren van duurzame voedselsystemen. In de afgelopen jaren hebben meerdere partijen (burgermaatschappij, beleidsmakers, onderzoekers) hun krachten gebundeld met als doel de integratie van beleidsprocessen en de ontwikkeling van een coherent voedselbeleid. Deze verschillende initiatieven behoeven een gemeenschappelijk kader op Europees niveau, terwijl de bestaande Europese beleidsinstrumenten afgestemd en geharmoniseerd moeten worden voor het leveren van duurzame voedselsystemen.

*Bij de enquête zijn partnerorganisaties betrokken uit Frankrijk (Fermes d’Avenir, Idoki en Syndicat du petit épeautre de Haute Provence); Duitsland (Solawi); Italië (Associazione delle Casare e dei Casari di Azienda Agricola); Nederland (Gilde van Traditionele Schaapherders, Stichting Streekeigen Producten Nederland, Stichting Week van de Smaak, SZH-Stichting Zeldzame Huisdierrassen, Toekomstboeren), Roemenië (Adept, Asat en Eco Ruralis); Spanje (QueRed); en Zweden (Eldrimner en The National Association of Sami).

Voor meer informatie:

Internationaal Persbureau Slow Food

Paola Nano, Giulia Capaldi

internationalpress@slowfood.it – Twitter: @SlowFoodPress

Slow Food is een internationale organisatie, geworteld in de lokale gemeenschappen, die goed, schoon en eerlijk voedsel voor iedereen bevordert: goed omdat het gezond is en aangenaam vanuit organoleptisch standpunt; schoon vanwege de aandacht voor milieu en dierenwelzijn; eerlijk omdat het de personen die zich inzetten voor de productie, de transformatie en de distributie eerbiedigt. 

  • Did you learn something new from this page?
  • yesno